

Muziek voor iedereen
Of je nu een diepe liefde hebt voor muziek of gewoon beter geluid wil: wij zorgen dat je setup klopt. Hoogwaardige producten, makkelijk in gebruik – afgestemd op jouw lifestyle.
Head-fi, muziek of film: het draait om beleving, niet om technische kennis. Jij kiest wat je voelt, wij helpen je de juiste combinatie vinden.
Hardlopers
Deze producten vliegen de deur uit
De collectie


Spaar punten bij elke bestelling en interactie
Wissel punten in voor coupons en op basis van jouw tier bronze, silver of gold krijg je ruimere voorwaarden.
Ruimere bestel voorwaarden
Jouw punten zijn geld waard
Leuke extra's
Onze favorieten
Kies jouw uitvoering
Kies jouw uitvoering
Onze merken
Blog posts
Muziek is een lifestyle. Duik in de laatste trends op ons blog over Tech, Mode, Sport, Design en meer.
Luidsprekers plaatsen: 10 feiten en fabels voor beter geluid thuis
Je nieuwe luidsprekers zijn aangesloten. Je zet een favoriete plaat op en gaat lekker zitten. Misschien klinkt het meteen goed. Misschien is de bas wat nadrukkelijk, of klinkt het minder helder dan je had verwacht. Dan hoef je niet direct aan je aankoop te twijfelen. De plek waar je speakers staan, maakt verschil. En vaak kun je met een kleine verschuiving al ontdekken wat beter werkt. Bij The New Sound vinden we dat goed luisteren vooral niet ingewikkeld moet worden. Je hoeft geen audiofiel te zijn, je woonkamer te verbouwen of meetapparatuur aan te schaffen. Met deze tien feiten en fabels helpen we je op weg. 1. Dezelfde speakers kunnen in iedere kamer anders klinken Feit. In een lege kamer klinkt je eigen stem anders dan in een gezellig ingerichte woonkamer. Met muziek gebeurt hetzelfde. Muren, ramen, meubels en je zitplaats hebben allemaal invloed op wat je hoort. Daarom kan een luidspreker bij jou thuis anders klinken dan in een winkel of bij een vriend. Dat betekent niet meteen dat er iets mis is. Zet voor het uitproberen een nummer op dat je goed kent. Kies bijvoorbeeld muziek met een duidelijk hoorbare zangstem. Laat hetzelfde stukje steeds terugkomen en verander maar één ding tegelijk. Zo hoor je makkelijker of een andere plek je beter bevalt. 2. Luidsprekers moeten minstens een meter van de muur staan Fabel. Gelukkig maar, want lang niet iedereen wil twee luidsprekers midden in de woonkamer hebben staan. Sommige modellen zijn juist bedoeld om dicht bij een muur te gebruiken. Andere hebben meer ruimte nodig. Kijk eerst even in de handleiding naar het plaatsingsadvies. Klinkt de bas op jouw plek erg zwaar of dreunerig? Schuif beide speakers dan eens tien centimeter naar voren en luister opnieuw. Probeer eventueel nog een stapje. Wordt het beter? Dan kun je verder zoeken in die richting. Klinkt het juist minder prettig, dan schuif je ze terug. Een vaste afstand is minder belangrijk dan een plek die bij jouw speakers en woonkamer past. 3. Hoe verder de speakers uit elkaar staan, hoe beter Fabel. Ver uit elkaar kan ruimtelijk klinken, maar je kunt ook het gevoel krijgen dat de muziek vooral uit twee losse hoeken komt. Een zangstem hoort bij veel opnames juist een duidelijke plek tussen de luidsprekers te krijgen. Een eenvoudig begin is een driehoek: de afstand tussen de speakers is ongeveer even groot als de afstand van elke speaker naar jou. Het hoeft niet op de centimeter nauwkeurig. Zit je bijvoorbeeld ongeveer twee meter van iedere speaker, begin dan ook met ongeveer twee meter tussen de speakers. Luister naar de zang. Klinkt die alsof de zanger ergens tussen de luidsprekers staat? Dan zit je al een heel eind goed. 4. Je moet speakers altijd naar je toe draaien Fabel. Sommige luidsprekers klinken prettig als je ze een beetje naar je luisterplek draait. Andere zijn ontworpen om recht vooruit te staan. Begin daarom met het advies van de fabrikant. Wil je daarna vergelijken? Draai beide speakers een klein stukje naar binnen, zonder ze tegelijk te verplaatsen. Luister weer naar hetzelfde fragment. Let vooral op de stem en op scherpe klanken, zoals de ‘s’ in zang. Klinkt het duidelijker en prettiger, of juist te fel? Probeer ook de plek naast je als je vaak samen luistert. De beste opstelling moet passen bij hoe jullie muziek luisteren. 5. Een boekenplankspeaker hoort in een boekenkast Fabel. De naam zegt vooral iets over het compacte formaat. Niet iedere boekenplankspeaker klinkt op zijn best diep tussen boeken en kastwanden. Staan jouw speakers in een open kast? Probeer ze dan wat naar voren te zetten, zodat de voorkant niet diep achter de kastrand zit. Houd de vrije ruimte aan die de fabrikant voorschrijft en zorg dat ze stevig staan. Staan ze heel laag? Vergelijk dan eens een veilige, hogere plek, zodat het geluid meer richting je oren gaat in plaats van naar je benen. Daar kunnen speakerstandaards handig voor zijn, maar kijk eerst wat er met je bestaande meubels mogelijk is. 6. De plek van je bank heeft invloed op de bas Feit. Soms hoef je de speakers helemaal niet te verplaatsen. Een andere luisterplek kan al verschil maken. Dat kun je eenvoudig testen. Zet een nummer op met verschillende basnoten en ga vanaf je normale plek eens wat verder naar voren zitten. Of zet tijdelijk een stoel voor de bank. Klinkt de bas daar minder dreunerig of hoor je sommige noten juist duidelijker? Als het verschil groot is, kan het de moeite waard zijn om de bank een stukje van de muur te halen. Dat hoeft geen definitieve verbouwing te worden. Probeer eerst of het iets oplevert voordat je met meubels gaat schuiven. 7. Met een vloerkleed los je alle geluidsproblemen op Fabel. Een vloerkleed of gordijnen kunnen wel helpen als een kamer kaal en hol klinkt. Denk aan een woonkamer met een harde vloer, grote ramen en weinig zachte meubels. Heb je gordijnen? Luister eens met de gordijnen open en daarna dicht. Dat is een makkelijke manier om te ontdekken of je het verschil prettig vindt. Een kleed tussen de bank en de speakers kan ook helpen om de kamer minder hard te laten klinken. Maar blijft de bas dreunen? Dan is een vloerkleed meestal niet de oplossing. Probeer daarvoor eerst een andere plek voor de speakers, de subwoofer of jezelf. 8. Een subwoofer kun je neerzetten waar nog plek over is Fabel. Een subwoofer zorgt voor de lage tonen. Je hoeft meestal niet precies te horen waar hij staat, maar zijn plek kan wel veel verschil maken. Probeer twee of drie plekken die in jouw woonkamer haalbaar zijn. Bijvoorbeeld naast het tv-meubel, iets verder langs de muur en in een hoek. Een hoek is niet automatisch verkeerd, maar ook niet altijd de beste keuze. Luister steeds vanaf de bank naar hetzelfde stukje muziek. Let erop of verschillende basnoten goed te volgen blijven. Op een ongunstige plek kan één noot heel hard klinken, terwijl de volgende bijna verdwijnt. Kies dus niet alleen de plek met de meeste bas. Is de subwoofer zwaar? Laat iemand helpen met verplaatsen en houd openingen en ventilatie vrij. 9. Een goed ingestelde subwoofer hoeft niet steeds op te vallen Feit. Bij muziek hoort een subwoofer aan te sluiten op de rest van het geluid. Hij mag muziek voller laten klinken, zonder dat iedere basnoot alle aandacht opeist. Begin met een laag volume op de subwoofer en draai het rustig omhoog terwijl je op je gewone plek zit. Luister of stemmen en andere instrumenten duidelijk blijven. Wordt de bas het enige waar je op let? Draai dan een stukje terug. Controleer het met een paar verschillende nummers. Sommige opnames bevatten nu eenmaal veel meer bas dan andere. En verplaats je de subwoofer? Controleer dan ook het volume opnieuw. Op een andere plek kan dezelfde instelling ineens veel harder klinken. 10. Voor een goede opstelling heb je meetapparatuur nodig Fabel. Metingen kunnen helpen bij lastige problemen, maar om te beginnen heb je vooral bekende muziek en een beetje tijd nodig. Een rolmaat is handig, zodat je links en rechts ongeveer gelijk kunt neerzetten. Wil je wat hulp bij een eerste opstelling? De NO Audiophile Speaker Placement Calculator geeft mogelijke posities op basis van de breedte en diepte van je kamer. Vul beide maten in dezelfde eenheid in, bijvoorbeeld centimeters. De speakerafstanden in de uitkomst worden gemeten vanaf het midden van de voorkant van de luidspreker. Zie de uitkomst als een suggestie. De calculator weet niet waar je bank staat of hoeveel ruimte je naast het tv-meubel hebt. Je hoeft je woonkamer dus niet precies volgens het plaatje in te richten. Zo begin je zonder een middag te blijven schuiven Kies één ding dat je wilt verbeteren. Dreunt de bas? Begin met de afstand tot de muur of je luisterplek. Staat de zang niet duidelijk in het midden? Controleer of je ongeveer even ver van beide speakers zit en probeer de onderlinge afstand. Markeer de huidige speakerposities eventueel met een stukje verwijderbare tape dat geschikt is voor je vloer. Verander één ding, luister en vergelijk. Zo kun je altijd terug naar de oude plek. Klinkt je muziek prettig en zit je lekker te luisteren? Dan hoef je niet verder te zoeken naar een zogenaamd perfecte opstelling. Je woonkamer mag gewoon een woonkamer blijven. Kom je er niet uit? Laat ons weten welke speakers je gebruikt en hoe ze staan. Met een foto of een eenvoudige schets met afstanden kunnen we bij The New Sound met je meedenken over een praktische volgende stap.
Lees artikelFiiO K17 R2R: een hoofdtelefoonversterker als hart van je audiosysteem
Een goede bedrade hoofdtelefoon verdient een passende versterker. We besteden vaak veel aandacht aan de hoofdtelefoon zelf, terwijl het apparaat waarop we hem aansluiten minstens zo belangrijk kan zijn. De hoofdtelefoonuitgang van een laptop laat je muziek horen, maar biedt niet voor ieder model de juiste aansturing. Met een desktop DAC en hoofdtelefoonversterker zoals de FiiO K17 R2R bouw je een vaste luisterplek waar alles samenkomt. Bij ons zien we dat mensen een apparaat als dit vooral aanschaffen voor hun hoofdtelefoon. Toch kan de K17 R2R ook een centrale plek krijgen in een uitgebreider audiosysteem. Je sluit je computer aan, speelt muziek af via je netwerk en verbindt eventueel actieve speakers. Met de K17 R2R breidt FiiO zijn R2R-assortiment na onder meer de K11 R2R en K13 R2R verder uit. Wat doet een desktop DAC en hoofdtelefoonversterker? De K17 R2R combineert verschillende functies waarvoor je anders losse apparaten nodig zou hebben. De DAC zet digitale muziek om naar een analoog audiosignaal. De hoofdtelefoonversterker zorgt vervolgens voor de spanning en stroom die je hoofdtelefoon nodig heeft. Dankzij de netwerkfuncties kun je ook muziek streamen zonder dat je computer daarvoor aan hoeft te staan. In het dagelijks gebruik betekent dit dat je verschillende muziekbronnen aangesloten kunt laten. Je computer staat bijvoorbeeld via USB verbonden, terwijl je op een ander moment muziek via wifi afspeelt. Op de FiiO kies je de bron en regel je het volume. Dat is overzichtelijk en voorkomt dat je steeds kabels moet wisselen of verschillende apparaten moet bedienen. Waarom heeft een hoofdtelefoon een goede versterker nodig? Net als een luidspreker heeft een hoofdtelefoon elektrische energie nodig om geluid te maken. Hoeveel daarvoor nodig is, verschilt per model. Sommige hoofdtelefoons spelen gemakkelijk op een eenvoudige uitgang. Andere vragen meer spanning of stroom om muziek op het gewenste volume goed weer te geven. Dat merk je vooral wanneer de muziek veel dynamiek bevat. Een rustige zangpartij vraagt iets anders van een versterker dan een plotselinge drumslag of een orkest dat vol inzet. Als een eenvoudige uitgang op zo’n moment tegen zijn grenzen aanloopt, kan vervorming ontstaan. Een passende versterker heeft voldoende reserve om zulke pieken schoon weer te geven. Het voordeel zit dus niet alleen in hoe hard een hoofdtelefoon kan spelen. Het gaat erom dat de versterker de muziek zonder problemen kan volgen. Wanneer je huidige aansluiting tekortschiet, kan een goede hoofdtelefoonversterker daardoor echt meer luisterplezier opleveren. Meer vermogen geeft ruimte aan de dynamiek De K17 R2R levert volgens FiiO via zijn gebalanceerde hoofdtelefoonuitgangen maximaal 4 watt per kanaal bij 32 ohm. Dat geeft hem een ruime vermogensreserve voor uiteenlopende hoofdtelefoons. Het daadwerkelijke beschikbare vermogen hangt af van de aangesloten hoofdtelefoon en de gekozen uitgang. Je gebruikt die reserve niet om voortdurend harder te luisteren. Ze helpt vooral om korte pieken in de muziek zonder vervorming weer te geven. Ook wanneer je met een equalizer bepaalde frequenties versterkt, kan extra reserve nuttig zijn. Meer vermogen is alleen geen automatische garantie op beter geluid. Als een versterker je hoofdtelefoon al probleemloos aanstuurt, voegt een hoger wattage op zichzelf geen detail toe. De kwaliteit van de versterker en de combinatie met je hoofdtelefoon zijn belangrijker dan het grootste getal op de doos. Begin daarom met een lage gain-instelling en draai het volume rustig omhoog. Welke hoofdtelefoon past bij de K17 R2R? De K17 R2R is interessant wanneer je een goede bedrade hoofdtelefoon een vaste plek in huis wilt geven. Dat hoeft zeker geen specifiek merk of model te zijn. Een HIFIMAN HE1000 Unveiled of de THIEAUDIO Cypher zijn bijvoorbeeld mooie kandidaten voor zo’n desktopopstelling. Zelf vind ik ook de Audeze LCD met Padauk-afwerking erg mooi. Ook binnen het bedrade Sennheiser-assortiment zijn er veel hoofdtelefoons waarvoor een losse versterker zinvol kan zijn. Vooral modellen die meer spanning vragen, kunnen profiteren van een passende desktopversterker. Hoe groot het voordeel is, hangt af van het model en van de aansluiting die je nu gebruikt. Een gemakkelijk aan te sturen hoofdtelefoon heeft niet ineens veel extra vermogen nodig omdat er een grotere versterker beschikbaar is. De Audeze LCD-X is een mooie combinatie, en daarom hebben we hem samen met de K17 R2R opgenomen in onze giveaway. De LCD-X is relatief gevoelig en vraagt geen uitzonderlijk zware versterker om op een prettig volume te spelen. De aantrekkingskracht van deze combinatie zit in de complete luisteroplossing: een goede hoofdtelefoon, een passende DAC en versterker, en alle bediening binnen handbereik. Wat heb je aan de XLR-hoofdtelefoonaansluiting? Aan de voorkant van de K17 R2R vind je een gewone 6,35mm-hoofdtelefoonaansluiting, een gebalanceerde 4,4mm-uitgang en een vierpolige XLR-uitgang. Bij een gebalanceerde verbinding krijgen links en rechts ieder een eigen positieve en negatieve aansturing, zonder gedeelde retourdraad. Via de gebalanceerde uitgangen kan de K17 R2R meer vermogen leveren dan via de gewone hoofdtelefoonaansluiting. Dat is handig bij hoofdtelefoons die daar behoefte aan hebben. De XLR-stekker is bovendien stevig en prettig in gebruik bij een vaste luisteropstelling. XLR klinkt niet vanzelf beter. Als je hoofdtelefoon via de 6,35mm-uitgang al goed wordt aangestuurd, is overstappen niet noodzakelijk. Wil je gebalanceerd luisteren, gebruik dan een geschikte hoofdtelefoonkabel. Een eenvoudige verloopstekker maakt een gewone kabel niet gebalanceerd. Wat voegt een goede DAC toe? Muziek op je computer of streamingdienst bestaat uit digitale gegevens. Je hoofdtelefoon kan daar niet rechtstreeks mee werken. De DAC vertaalt die gegevens naar een analoog elektrisch signaal, dat vervolgens door de versterker wordt doorgegeven. Een zorgvuldig ontworpen DAC voert die omzetting uit met weinig ruis en ongewenste vervorming. Wanneer je de K17 R2R via USB aansluit, gebruik je zijn DAC en versterker in plaats van de ingebouwde audio-uitgang van je computer. Dat kan een duidelijke verbetering zijn als die uitgang ruist of onvoldoende presteert. Hoe groot het verschil is, hangt af van je vertrekpunt. Een goede bestaande DAC wordt niet ineens slecht wanneer je een ander model aansluit. Bij de K17 R2R is vooral de gekozen techniek interessant: FiiO gebruikt een eigen R2R-ontwerp voor de omzetting van digitale muziek. Wat is R2R-techniek? Een R2R DAC gebruikt een netwerk van nauwkeurige elektrische weerstanden om digitale informatie om te zetten naar een analoog signaal. De naam verwijst naar twee weerstandswaarden: R en tweemaal R. Door delen van dat netwerk heel precies te schakelen, ontstaan de verschillende signaalniveaus waaruit de muziek wordt opgebouwd. Veel moderne DAC’s gebruiken een delta-sigma-DAC-chip. FiiO kiest bij de K17 R2R voor een eigen, gesegmenteerd weerstandsnetwerk dat het R2R PRO noemt. Dat vraagt om nauwkeurige weerstanden en een zorgvuldig ontworpen schakeling. Ook de voeding en de analoge uitgangstrap dragen bij aan het uiteindelijke resultaat. Daarmee verschilt de K17 R2R inhoudelijk van de gewone K17, die een AKM-DAC-oplossing gebruikt. Het is dus een andere uitvoering van het apparaat, met een andere benadering van de digitale omzetting. Wat hoor je terug van R2R? Bij R2R kom je vaak omschrijvingen tegen als vloeiend, natuurlijk en ontspannen. Ook de K17 R2R wordt in luisterreviews beschreven als warm en vol, met natuurlijke stemmen en een wat afgeronder hoog. Denk aan zang met body en een weergave waarbij scherpe randjes minder nadrukkelijk op de voorgrond kunnen staan. Dat kan prettig zijn wanneer je graag langere tijd naar muziek luistert. Je zoekt dan misschien een weergave die voldoende detail laat horen, maar waarbij je niet voortdurend op ieder klein geluidje wordt gewezen. Of dat karakter je aanspreekt, blijft persoonlijk. R2R is daarbij geen garantie op een bepaalde klank. Het complete ontwerp, de instellingen en je hoofdtelefoon bepalen samen wat je hoort. Niet iedere R2R DAC klinkt warm en niet iedere andere DAC klinkt scherp. Luisteren met muziek die je goed kent, blijft de beste manier om te bepalen wat bij je past. We zien de techniek inmiddels in steeds meer FiiO-producten terug. Dat suggereert dat er belangstelling is voor deze manier van weergeven en dat de luisterervaring mensen aanspreekt. Met de K17 R2R brengt FiiO die aanpak samen met uitgebreide aansluitingen en netwerkfuncties. USB, bluetooth en streaming via wifi Voor gebruik aan je bureau is USB waarschijnlijk de eenvoudigste aansluiting. Je verbindt de K17 R2R met je computer en kiest hem als audio-uitgang. Daarna lopen je muziek en andere computergeluiden via dezelfde DAC en hoofdtelefoonversterker. Bluetooth is handig wanneer je snel iets vanaf je telefoon wilt afspelen. Via wifi kun je gebruikmaken van netwerkfuncties zoals AirPlay en Roon Ready. Voor Roon heb je wel een geschikte Roon-installatie en een abonnement nodig. Gebruik je liever een netwerkkabel, dan is daarvoor ook een aansluiting aanwezig. Het is verstandig om vooraf te controleren of jouw favoriete afspeelmethode wordt ondersteund. Een apparaat met wifi heeft niet automatisch voor iedere streamingdienst een eigen ingebouwde app. Actieve speakers of een losse versterker aansluiten Hoewel de hoofdtelefoon voor veel gebruikers de belangrijkste toepassing zal zijn, kun je de K17 R2R ook met actieve speakers combineren. Via de RCA- of XLR-uitgangen aan de achterkant stuur je het audiosignaal naar de speakers. In de voorversterkerstand regel je hun volume op de FiiO. Dat is prettig wanneer je overdag via speakers luistert en ’s avonds overschakelt naar je hoofdtelefoon. Je kunt hem ook aansluiten op een versterker die vervolgens passieve luidsprekers aanstuurt. Bij een geïntegreerde versterker ligt een vaste lijnuitgang voor de hand, zodat je het volume op die versterker regelt. Gebruik je een losse eindversterker, dan kan de K17 R2R juist als voorversterker dienen en zelf het volume regelen. Voor veel mensen zal dat niet de voornaamste reden zijn om hem te kopen, maar het maakt hem wel flexibel. Passieve speakers sluit je niet rechtstreeks op de K17 R2R aan; daarvoor blijft een luidsprekerversterker nodig. Prettige bediening en de mogelijkheid om de klank aan te passen Het 3,93-inch touchscreen geeft toegang tot bronnen en instellingen. Voor de bediening zijn er daarnaast fysieke draaiknoppen, zodat je niet voor iedere handeling door een menu hoeft. De meegeleverde afstandsbediening komt goed van pas als het apparaat verder weg staat of ook je speakers aanstuurt. Een nuttige functie is de 31-bands parametrische equalizer. Daarmee kun je gericht delen van het geluid aanpassen. Vind je een hoofdtelefoon bijvoorbeeld wat te fel, dan kun je het betreffende frequentiegebied terugnemen. Wil je iets meer nadruk in het laag, dan kun je daar voorzichtig mee experimenteren. Je hoeft daar niets mee te doen om te beginnen met luisteren. Het is vooral prettig dat de mogelijkheid aanwezig is. Zo kun je de weergave beter op je eigen voorkeur afstemmen zonder meteen een andere hoofdtelefoon te kopen. Houten zijpanelen geven de K17 R2R een eigen uitstraling Ten opzichte van de gewone K17 vallen vooral de houten zijpanelen op. De zilveren uitvoering heeft essenhouten panelen, terwijl de zwarte uitvoering is afgewerkt met zwart walnotenhout. Omdat het echt hout is, verschilt de nerf per exemplaar. Die afwerking staat hem erg goed. Het hout geeft de metalen behuizing en de technische voorkant met het scherm en de draaiknoppen een warmere uitstraling. Zeker naast een hoofdtelefoon met houten accenten kan dat een mooie combinatie zijn. Een desktopversterker staat meestal dagelijks in het zicht. Dan telt de uitstraling ook mee. De K17 R2R is een apparaat dat je gemakkelijk een vaste plek geeft op je bureau of audiomeubel, met je hoofdtelefoon ernaast en de volumeknop binnen handbereik.
Lees artikelZo stel je een SVS-subwoofer goed in – van plaatsing tot Auto EQ
Een krachtige subwoofer kopen is één ding. Hem zo instellen dat hij werkelijk onderdeel wordt van je luidsprekersysteem, is minstens zo belangrijk. Een verkeerd afgestelde subwoofer kan zelfs in een kostbare installatie zwaar, traag of los van de rest klinken. Een goed ingestelde subwoofer doet precies het tegenovergestelde: hij geeft muziek en films meer fundament, schaal en rust, zonder voortdurend de aandacht op zichzelf te vestigen. Dat is uiteindelijk het doel. Tijdens het luisteren moet je niet steeds denken: daar staat de subwoofer. Je moet vooral merken dat je luidsprekers groter en vollediger klinken. Schakel je de subwoofer uit, dan wordt het geluidsbeeld plotseling kleiner, dunner en minder overtuigend. De uitgebreide bediening van SVS maakt een nauwkeurige afstelling gelukkig toegankelijk. Via de SVS Subwoofer Control App regel je vanuit de luisterpositie onder meer het volume, de crossover, fase, polariteit, parametrische equalizer, room-gaincompensatie en verschillende presets. Bij ondersteunde R|Evolution-modellen kun je bovendien Auto EQ gebruiken om de laagweergave in de kamer automatisch te meten en corrigeren. In deze gids nemen we je stap voor stap mee: van de juiste plaatsing en aansluiting tot de uiteindelijke fijnafstelling voor muziek, films en dagelijks gebruik. Waarom de instelling minstens zo belangrijk is als de subwoofer zelf Lage frequenties gedragen zich anders dan midden- en hoge tonen. Ze verspreiden zich vrijwel door de hele kamer en worden sterk beïnvloed door muren, hoeken, vloeren en plafonds. Hierdoor kan exact dezelfde subwoofer op de ene plaats strak en gelijkmatig klinken, maar een halve meter verderop ineens zwaar dreunen of juist bijna al zijn impact verliezen. Dat komt door kamermodi. Geluidsgolven worden door de ruimte teruggekaatst en kunnen elkaar op sommige plekken versterken en op andere plekken uitdoven. Daardoor kan de ene stoel veel te veel bas krijgen, terwijl iemand aan de andere kant van dezelfde bank nauwelijks laag hoort. Een app, equalizer of automatische correctie kan een deel van deze problemen verminderen, maar een slechte fysieke plaatsing nooit volledig oplossen. Daarom beginnen we niet met de instellingen in de SVS-app, maar met de positie van de subwoofer. Stap 1: zoek eerst de juiste plaats De meest symmetrische of visueel mooiste plek is niet automatisch de plek waar een subwoofer het beste presteert. Lage tonen reageren vooral op de afmetingen en begrenzingen van de ruimte. Een hoek aan de voorzijde van de kamer is een bruikbaar vertrekpunt. Door de nabijheid van meerdere muren krijgt de subwoofer daar meestal meer akoestische ondersteuning. Dit levert veel output en kan vooral bij films indrukwekkend klinken. Het nadeel is dat een hoek ook bepaalde kamerresonanties sterk kan activeren. Het laag kan daardoor te zwaar worden of bij enkele frequenties nadrukkelijk gaan dreunen. Zet de subwoofer daarom niet direct definitief neer. Luister eerst op de belangrijkste zitplaats naar verschillende soorten bas. Gebruik niet alleen een spectaculaire filmscène. Kies ook muziek met een gelijkmatige, goed te volgen baslijn. Een contrabas, kickdrum of elektronische basloop maakt sneller duidelijk of afzonderlijke noten ongeveer even sterk klinken. De subwoofer crawl Klinkt de eerste positie niet gelijkmatig, gebruik dan de bekende subwoofer crawl. Dit is een eenvoudige maar bijzonder effectieve manier om geschikte posities in de kamer te vinden. Zet de subwoofer tijdelijk op of direct naast de belangrijkste luisterpositie. Speel een lage sweep of een herhalende baslijn af. Loop of kruip langs de plekken waar de subwoofer praktisch geplaatst zou kunnen worden. Zoek een locatie waar de bas gelijkmatig, stevig en gecontroleerd klinkt. Verplaats de subwoofer vervolgens naar die positie en luister opnieuw vanaf de normale zitplaats. Een verschuiving van enkele tientallen centimeters kan al een groter verschil maken dan de overstap naar een duurder model. Heb je enige vrijheid, probeer dan dus meerdere plekken voordat je aan equalizing begint. Houd ook rekening met de omgeving Plaats een subwoofer niet klem tussen meubels en zorg voor voldoende ventilatieruimte rondom de ingebouwde versterker. Bij een PB-model moeten de basreflexpoorten vrij kunnen ademen. Een hol audiomeubel, houten vloer of lichte kast kan bovendien meetrillen. Dat hoeft niet altijd uit de subwoofer zelf te komen. Controleer daarom tijdens een basrijke passage ook meubels, deuren, radiatoren en losse voorwerpen in de kamer. Trillingen kun je soms oplossen door de subwoofer iets te verplaatsen, losliggende onderdelen vast te zetten of geschikte isolatievoeten te gebruiken. EQ helpt niet tegen een kastdeur die bij 40 Hz begint te resoneren. Stap 2: sluit de SVS-subwoofer correct aan De juiste aansluiting hangt af van het gebruikte systeem. Aansluiten op een AV-receiver Bij een home-cinemasysteem gebruik je normaal gesproken de LFE- of subwooferuitgang van de AV-receiver. Verbind deze via een RCA-subwooferkabel met de LFE- of line-ingang van de SVS. De receiver verzorgt vervolgens: De crossover tussen de luidsprekers en subwoofer. Het LFE-kanaal uit films en series. De afstands- en niveaucorrectie. Eventuele kamercorrectie via Audyssey, Dirac, ARC of een vergelijkbaar systeem. Omdat de receiver de frequentieverdeling regelt, moet je voorkomen dat de subwoofer hetzelfde signaal nog een tweede keer filtert. Zet het low-passfilter in de SVS-app daarom op LFE of volledig open. Twee verschillende filters achter elkaar kunnen de overgang onnodig steil maken en een gat veroorzaken tussen de subwoofer en de gewone luidsprekers. Aansluiten op een stereoversterker Heeft je stereoversterker een subwooferuitgang, dan sluit je die op dezelfde manier via RCA aan. Bij een variabele pre-out volgt het signaal doorgaans de volumestand van de versterker. Dat is belangrijk, omdat de subwoofer dan automatisch zachter en harder speelt wanneer je het hoofdvolume aanpast. Heeft de stereoversterker geen intern bassmanagement, dan stel je de crossover in de SVS-app in. De gewone luidsprekers blijven in zo’n systeem meestal wel hun volledige signaal ontvangen. De subwoofer wordt daaronder toegevoegd, maar de hoofdluidsprekers worden niet automatisch van het diepe laag ontlast. Niet ieder SVS-model heeft dezelfde ingangen. Sommige modellen bieden speaker-levelaansluitingen of kunnen met een geschikte adapter worden gecombineerd. Controleer daarom altijd welke aansluitroute door jouw specifieke subwoofer en versterker wordt ondersteund. Stap 3: stel bij een PB-model de juiste poortmodus in De PB-subwoofers van SVS gebruiken één of meerdere basreflexpoorten. Bij verschillende modellen kun je deze poorten met meegeleverde schuimrubberen plugs gedeeltelijk of volledig afsluiten. In de SVS-app kies je vervolgens de responsemodus die bij de fysieke poortconfiguratie hoort. Dat is belangrijk, omdat de DSP, bescherming en frequentiecurve op de gekozen kastafstemming worden aangepast. Gebruik dus nooit: Een sealed instelling terwijl alle poorten openstaan. Een extended mode met de verkeerde poort afgesloten. Een standaardmodus terwijl alle poorten dicht zijn. De exacte configuraties verschillen per PB-model. Volg daarom de bijbehorende handleiding en controleer vóór iedere kalibratie of de fysieke pluggen en de geselecteerde DSP-modus met elkaar overeenkomen. Welke modus kies je? De standaard gepoorte modus geeft doorgaans de beste combinatie van diepe laagweergave, output en bescherming. Een extended mode kan de weergave verder naar beneden laten doorlopen, maar levert rond andere frequenties mogelijk iets minder maximale output. Sealed mode geeft een geleidelijkere afbouw en kan prettig werken bij muziek of in een kleinere kamer met veel natuurlijke room gain. Een PB in sealed mode wordt overigens niet volledig hetzelfde als een gesloten SB-model. De kastinhoud en het volledige ontwerp blijven anders. Kies eerst één configuratie en voer daarna pas de verdere afstelling of Auto EQ uit. Iedere wijziging van de poortmodus vraagt om een nieuwe meting. Stap 4: stel de crossover goed in De crossover bepaalt waar de gewone luidsprekers stoppen en de subwoofer het laag overneemt. Een te lage crossover laat de luidsprekers harder werken dan nodig. Een te hoge crossover kan stemmen en andere informatie naar de subwoofer sturen, waardoor je gemakkelijker hoort waar hij in de kamer staat. Bij een AV-receiver Voor veel systemen is 80 Hz een goed vertrekpunt. Dit is geen universele eindwaarde, maar wel een praktische basis. Kleine satellietluidsprekers kunnen een hogere crossover nodig hebben, bijvoorbeeld 100 of 120 Hz. Grote boekenplankspeakers en vloerstaanders kunnen soms op 60 Hz worden ingesteld. Laat je niet uitsluitend leiden door het laagste getal in de productspecificaties van de luidspreker. Wanneer een speaker volgens de brochure 40 Hz haalt, betekent dit niet automatisch dat hij daar nog met volledige output en lage vervorming speelt. Een crossover op 60 of 80 Hz kan juist schoner klinken, omdat de subwoofer het zwaarste werk overneemt. De versterker en luidsprekers houden daardoor meer reserve over voor stemmen, instrumenten en dynamische pieken. Bij een stereoversterker zonder bassmanagement Stel het low-passfilter in de SVS-app in rond het punt waar de hoofdluidsprekers merkbaar beginnen af te vallen. Voor compacte boekenplankspeakers is ongeveer 80 Hz vaak een goed begin. Bij grotere luidsprekers kun je 60 Hz proberen. Luister vervolgens naar de overgang en pas deze in kleine stappen aan. De instelling klopt wanneer: Er geen hoorbaar gat tussen luidsprekers en subwoofer ontstaat. Het bovenste laag niet dik of dubbel klinkt. De subwoofer niet als aparte geluidsbron lokaliseerbaar is. Basinstrumenten natuurlijk van toonhoogte veranderen. Gebruik verschillende opnamen. Eén specifieke track kan toevallig precies goed klinken terwijl de algemene instelling nog niet klopt. Stap 5: stel het volume conservatief in Een van de meest gemaakte fouten is de subwoofer direct te hard zetten. Tijdens een korte demonstratie klinkt extra bas spectaculair. Na een langere luistersessie merk je echter dat iedere basgitaar even groot wordt, stemmen onnatuurlijk dik klinken en de subwoofer voortdurend aandacht vraagt. Begin daarom iets zachter dan je op het eerste moment nodig denkt te hebben. Luister naar een combinatie van: Akoestische muziek met contrabas of lage piano. Pop of elektronische muziek met een vaste baslijn. Een film met subtiele omgevingsgeluiden. Een scène met grote dynamische effecten. Een goede instelling werkt bij al deze situaties. De subwoofer mag een grote explosie fysiek maken, maar moet bij een rustige opname vrijwel onzichtbaar onderdeel van het systeem worden. De uitschakeltest Een eenvoudige controle is de subwoofer tijdens een bekend nummer tijdelijk uitschakelen. Met de subwoofer aan moet het systeem groter, voller en rustiger klinken. Zet je hem uit, dan mag de muziek merkbaar gewicht en schaal verliezen. Hoor je bij het inschakelen vooral ineens een losse laag brom uit één hoek, dan staat het niveau waarschijnlijk te hoog of de crossover te hoog ingesteld. Stap 6: controleer fase en polariteit Rond de crossoverfrequentie spelen de hoofdluidsprekers en subwoofer gedeeltelijk hetzelfde gebied. Ze moeten daar op het juiste moment samenwerken. Wanneer de geluidsgolven in tegengestelde richting bewegen, kunnen ze elkaar gedeeltelijk opheffen. Het resultaat is dan opvallend genoeg minder bas wanneer de subwoofer wordt ingeschakeld. Polariteit Polariteit wordt meestal weergegeven als 0 of 180 graden. Hiermee keer je de richting van het elektrische signaal om. Begin normaal gesproken op 0 graden. Klinkt de overgang rond de crossover dun of ontbreekt er opvallend veel punch, vergelijk dan met 180 graden. Fase Met de fase-instelling verschuif je de timing van de subwoofer nauwkeuriger ten opzichte van de luidsprekers. Gebruik een meettoon rond de crossoverfrequentie of een herhalende baslijn. Verander de fase langzaam en luister naar de instelling waarbij het laag op de luisterpositie het meest compleet, gelijkmatig en stevig wordt. Het gaat niet om de stand met de meeste algemene dreun, maar om de beste aansluiting tussen subwoofer en luidsprekers. Bij een AV-receiver wordt de timing vaak mede geregeld via de afstandsinstelling en automatische kalibratie. Verander dan niet tegelijkertijd allerlei instellingen in de receiver en de SVS-app. Werk stap voor stap, zodat je weet welke wijziging het verschil veroorzaakt. Stap 7: gebruik de SVS-app voor de fijnafstelling De SVS-app maakt via Bluetooth verbinding met de subwoofer. Het muzieksignaal zelf wordt daarbij niet via Bluetooth verzonden. Bluetooth wordt uitsluitend gebruikt om de instellingen van de subwoofer op afstand te bedienen. Dat is praktisch, omdat je alle veranderingen vanuit de luisterpositie kunt beoordelen. Je hoeft niet voortdurend achter de subwoofer te kruipen en vervolgens terug naar de bank te lopen. Parametrische equalizer De 1000 Pro- en 2000 Pro-series bieden drie banden parametrische equalizer. De R|Evolution-series bieden zes afzonderlijke PEQ-banden. Per band kun je instellen: Welke frequentie wordt aangepast. Hoeveel die frequentie wordt versterkt of verzwakt. Hoe breed of smal de correctie rond die frequentie werkt. Een brede correctie beïnvloedt een groter frequentiegebied. Een smalle correctie richt zich op een specifieke resonantie. Verminder pieken, versterk geen diepe nulls Een parametrische equalizer is vooral geschikt om een storende kamerpiek terug te nemen. Stel dat 45 Hz op de luisterpositie veel harder klinkt dan de frequenties eromheen. Met een gerichte verlaging kan die dreun worden verminderd. Een diepe null sterk omhoog boosten werkt meestal veel minder goed. Een null ontstaat vaak doordat reflecties elkaar op de luisterpositie opheffen. Extra vermogen verandert die ruimtelijke uitdoving niet fundamenteel. Een boost van 10 dB vraagt bovendien ongeveer tien keer zoveel versterkervermogen. De subwoofer moet daardoor veel harder werken, terwijl het probleem nauwelijks verdwijnt. Probeer bij een diepe null daarom eerst: De subwoofer te verplaatsen. De luisterstoel iets te verschuiven. Een tweede subwoofer toe te voegen. De crossover of fase opnieuw te controleren. Gebruik EQ pas nadat de fysieke opstelling zo goed mogelijk is. Room-gaincompensatie Een kleine, gesloten kamer kan de allerlaagste frequenties sterk versterken. Dat heet room gain. Een deel van die natuurlijke ondersteuning is prettig: de subwoofer speelt dieper zonder extra vermogen. Wordt het effect te sterk, dan klinkt vrijwel iedere opname zwaar en blijft het laag te lang aanwezig. Room-gaincompensatie vermindert het niveau onder een gekozen frequentie. Deze functie is vooral interessant wanneer: De subwoofer in een hoek staat. Je een krachtige PB in een relatief kleine ruimte gebruikt. Het allerlaagste gebied duidelijk harder klinkt dan de rest. Films indrukwekkend zijn, maar muziek voortdurend zwaar wordt. Gebruik de compensatie voorzichtig. Het doel is niet om alle diepe bas weg te halen, maar om de natuurlijke versterking van de ruimte gelijkmatiger te maken. Presets voor muziek, film en de avond De SVS-app laat je verschillende instellingen als preset opslaan. Daarmee hoef je niet iedere keer opnieuw het volume, de EQ of andere parameters aan te passen. Een praktische indeling is: Music Gebruik een neutraal subwooferniveau en richt je vooral op een vloeiende overgang naar de luidsprekers. Eventuele EQ is bedoeld om kamermodi te verminderen, niet om iedere opname extra bas te geven. Movie Voor films kun je het niveau enkele decibels verhogen wanneer je meer fysieke impact wilt. Bij een PB-model kun je bovendien een poortmodus kiezen die de meeste output en extensie biedt. Voorkom dat dialogen of achtergrondmuziek hierdoor onnatuurlijk zwaar worden. Ook in een filmprofiel moet de subwoofer onderdeel van het totale systeem blijven. Night Verlaag het subwooferniveau en beperk eventueel het diepste laag. Juist de laagste frequenties gaan gemakkelijk door muren, vloeren en plafonds heen. Een nachtprofiel kan daardoor prettiger zijn voor huisgenoten en buren, zonder dat je de subwoofer volledig hoeft uit te schakelen. Je kunt ook presets maken voor verschillende ingangen of luisterposities, bijvoorbeeld één profiel voor de televisie en één voor stereo vanaf een streamer. SVS Auto EQ: de kamer automatisch meten De 3000 R|Evolution-, 5000 R|Evolution- en 17-Ultra R|Evolution-families ondersteunen SVS Auto EQ. Hierbij gebruikt de app de microfoon van een geschikte smartphone of een optionele SVS-meetmicrofoon om de laagweergave in de ruimte te analyseren. Je kunt tot acht luisterposities meten. De software combineert deze resultaten en maakt een correctie waarmee pieken en andere onregelmatigheden worden verminderd. Door meerdere posities te gebruiken, wordt niet alleen één exact punt op de bank geoptimaliseerd. De correctie kan zo een bruikbaarder compromis voor meerdere luisteraars maken. De juiste volgorde bij Auto EQ Gebruik Auto EQ pas nadat de fysieke plaatsing en basisconfiguratie zijn gekozen. Werk in deze volgorde: Zoek eerst de beste praktische plaats voor de subwoofer. Kies bij een PB-model de gewenste poortconfiguratie. Stel een bruikbare basis voor crossover en volume in. Voer SVS Auto EQ uit. Kalibreer iedere subwoofer afzonderlijk wanneer je twee modellen gebruikt. Start daarna pas Audyssey, Dirac, ARC of de kamercorrectie van de AV-receiver. De algemene receiverkalibratie kan vervolgens de luidsprekers, subwoofer, afstanden, niveaus en crossover als compleet systeem verwerken. De interne SVS-correctie heeft de grootste problemen van de subwoofer op dat moment al aangepakt. Verplaats je de subwoofer, verander je de poortpluggen of kies je een andere responsemodus, voer Auto EQ dan opnieuw uit. De oude meting past niet meer bij de gewijzigde akoestische situatie. Controleer het resultaat altijd met je oren Een automatische meting is een goed uitgangspunt, maar geen verplicht eindpunt. Luister na de correctie naar bekende muziek en films. Soms geeft een volledig vlakke meting subjectief te weinig laag, vooral bij lagere luistervolumes. In dat geval kun je het niveau licht verhogen of een kleine persoonlijke curve toevoegen. Maak geen extreme aanpassingen direct na de meting. Geef jezelf eerst tijd om aan het gelijkmatigere laag te wennen. Een storende piek kan jarenlang als “veel bas” zijn ervaren; wanneer die wordt verwijderd, lijkt het systeem in eerste instantie soms minder krachtig terwijl het eigenlijk nauwkeuriger speelt. Twee SVS-subwoofers instellen Twee subwoofers worden niet alleen gebruikt om harder te spelen. Het belangrijkste voordeel is vaak een gelijkmatiger laag over meerdere zitplaatsen. Iedere positie in de kamer veroorzaakt een ander patroon van pieken en dalen. Twee subwoofers op verschillende plekken kunnen deze patronen gedeeltelijk aanvullen. Begin met het afzonderlijk controleren van iedere subwoofer. Zorg dat beide modellen correct zijn aangesloten en dat bij PB-uitvoeringen dezelfde fysieke poort- en DSP-configuratie wordt gebruikt. Bij modellen met Auto EQ kalibreer je iedere subwoofer eerst afzonderlijk. Daarna laat je de AV-receiver of algemene kamercorrectie het complete systeem opnieuw meten. Stel niet automatisch beide subs veel harder in omdat er nu twee staan. Samen produceren ze op veel plaatsen al meer niveau en reserve. Het uiteindelijke doel blijft gelijkmatigheid, niet permanent maximale druk. Controleer ook meerdere zitplaatsen. Een instelling die op de middelste stoel perfect is, kan aan de zijkant nog steeds zwaar of juist dun klinken. Veelgemaakte fouten bij het instellen De subwoofer meteen veel te hard zetten Meer bas lijkt tijdens een korte demonstratie indrukwekkend, maar wordt bij langer luisteren vermoeiend. Begin conservatief en bouw langzaam op. De verkeerde crossover gebruiken Een extreem lage crossover laat kleine luidsprekers te hard werken. Een te hoge crossover maakt de subwoofer gemakkelijker lokaliseerbaar. Begin rond 80 Hz en pas dit aan het luidsprekersysteem aan. Het filter dubbel toepassen Gebruik je de crossover van een AV-receiver, zet het low-passfilter van de SVS dan op LFE of volledig open. De verkeerde PB-modus kiezen De DSP-modus moet altijd overeenkomen met de fysieke poortplugconfiguratie. Een verkeerde combinatie kan zowel de klank als de bescherming beïnvloeden. Een diepe null met veel EQ proberen op te vullen Een akoestische uitdoving los je meestal beter op met plaatsing, fase of een tweede subwoofer dan met een enorme boost. Equalizen voordat de plaatsing is gekozen Iedere verplaatsing verandert de kamerrespons. Zoek daarom eerst de beste positie en corrigeer daarna pas. Alleen met één spectaculaire scène testen Een instelling die goed werkt bij één explosie kan bij muziek zwaar en onnatuurlijk klinken. Test altijd met verschillende genres, volumes en toepassingen. Alles tegelijk aanpassen Verander één instelling per keer. Luister of meet opnieuw en ga daarna pas verder. Anders weet je niet welke verandering werkelijk hielp. Praktische eindcontrole Loop na de volledige instelling deze punten nog één keer na: De subwoofer staat op de best klinkende praktische positie. Bij een PB-model komen poortpluggen en DSP-modus overeen. De aansluiting loopt correct via LFE, sub-out of pre-out. De crossover wordt niet dubbel toegepast. Het volume is geïntegreerd en niet voortdurend dominant. Fase en polariteit geven een volle overgang rond de crossover. PEQ wordt vooral gebruikt om pieken te verlagen. Room-gaincompensatie wordt alleen toegepast wanneer het diepste laag te zwaar wordt. Auto EQ is uitgevoerd vóór de algemene receiverkalibratie. Na een verplaatsing of andere poortmodus is opnieuw gemeten. Muziek-, film- en nachtinstellingen zijn als presets opgeslagen. Wanneer staat een SVS-subwoofer goed ingesteld? Een goed ingestelde SVS-subwoofer laat niet voortdurend horen hoeveel vermogen hij heeft. Hij geeft de gewone luidsprekers meer schaal en laat diepe informatie verschijnen wanneer die werkelijk in de opname aanwezig is. Bij muziek krijgt een contrabas meer fundament zonder dat iedere noot gelijk klinkt. Een kickdrum heeft gewicht, maar stopt ook weer op tijd. Stemmen blijven natuurlijk en de subwoofer trekt het stereobeeld niet naar één hoek van de kamer. Bij films kan de subwoofer veel verder gaan. Een explosie, ruimteschip of diepe soundtrack mag fysiek voelbaar worden, zolang rustige scènes niet voortdurend door een zware baslaag worden bedekt. Dat is het verschil tussen meer bas en beter laag. De juiste instelling maakt de subwoofer niet nadrukkelijker aanwezig, maar laat het volledige systeem groter, rustiger en overtuigender spelen.
Lees artikel



